NWO-instituten midterm geëvalueerd

Uit een tussentijdse interne evaluatie blijkt dat de NWO instituten hun excellente posities bestendigen en dat hun werkterrein steeds internationaler wordt. De ambities van de NWO-instituten krijgen steeds meer een internationaal karakter. Dat gaat mogelijk knellen met de nog op nationale schaalgroottes geënte budgetten.

NWO heeft negen onderzoeksinstituten. Zij exploiteren en ontwikkelen nationale onderzoeksfaciliteiten, coördineren onderzoek op nationale schaal, vormen een thuisbasis voor onderzoek in internationaal verband (bij internationale onderzoeksfaciliteiten) en bieden vanuit die positie de mogelijkheid tot Nederlandse participatie in (toekomstige) internationale researchinfrastructuur of samenwerkingsverbanden. Hiermee wordt het wetenschappelijk onderzoek in Nederland verder versterkt.

NWO laat de instituten eens in de zes jaar evalueren door internationale experts. Deze externe evaluaties vinden plaats conform het Standaard Evaluatie Protocol, dat is opgesteld door KNAW, NWO en VSNU. Tussentijds vindt een zelfevaluatie plaats, die wordt getoetst door het Algemeen Bestuur van NWO. In 2008 hebben zeven instituten - ASTRON, CWI, ING, NIOZ, NSCR, FOM-Rijnhuizen en SRON - een tussentijdse evaluatie uitgevoerd, NIKHEF en AMOLF zijn recent extern geëvalueerd en hebben daarom niet meegedaan aan deze ronde van midtermevaluaties.

Het Algemeen Bestuur van NWO heeft op grond van de midterm evaluaties met genoegen geconstateerd dat de aanbevelingen uit de internationale evaluaties van 2005 goed zijn opgevolgd. Waar van toepassing zijn bijvoorbeeld strategische aanpassingen in beleid en organisatie van de instituten uitgevoerd waarbij de instituutsbesturen een meer toezichthoudende rol krijgen en een Scientific Advisory Board is of wordt ingesteld. Waar nodig hebben instituten de missie aangescherpt, meer nadruk gelegd op thematisch en multidisciplinair onderzoek en nieuwe onderzoekslijnen opgezet.

De instituten leveren uitstekende prestaties en liggen op koers met de uitvoering van hun strategie voor deze planperiode. Het Algemeen Bestuur voorziet dat met de internationalisering van de grote faciliteiten de benodigde investeringen in toenemende mate de draagkracht van een instituut en NWO te boven zullen gaan. NWO wil samen met zijn instituten een krachtig beleid ontwikkelen in de richting van een nationale regie.

Vooruitlopend op het herziene Standaard Evaluatie Protocol SEP 2009-2015 hebben de NWO-instituten in hun zelfevaluaties ervaring opgedaan met benchmarking en de nationale en internationale positionering van het instituut. Gezien het belang van de nationale facilitaire rol die de instituten ieder op hun eigen gebied vervullen, is in deze evaluaties ook aandacht besteed aan het (beter) zichtbaar maken van het wetenschappelijk gebruik van de nationale onderzoeksfaciliteiten door universitaire onderzoekers.

In 2011 zullen alle NWO-instituten extern worden geëvalueerd.

laatst gewijzigd op 18 augustus 2009